Ik zit vaak bij mijn moeder thuis. Lekker gezellig. Een hele goede vriendin van mij woont op loopafstand van mijn moeders huis. Op een donderdagavond belde ze me op en nodigde mij uit voor de thee. Omdat de afstand zo klein is besloot ik mijn auto te laten staan en lopend naar haar toe te gaan. Ik liep de straat uit en stak de Hoefkade richting de Marktweg over. Daar stonden drie mannen (waarschijnlijk Pools) op de hoek van de Hoefkade van de drank te gieren en te lachen. De drie heren hadden niet eens de fut meer om op hun benen te blijven staan. Ik liep langs ze richting mijn bestemming, één viel bijna om. Ze hadden absoluut niet de kracht meer om rechtop te blijven staan. Ik liep de straat in waar mijn vriendin woont. Komt er een fietser aangefietst. Die liever de stoep gebruikte dan de weg. Die fietser was erg raar aan het doen. De fietser fietste al slingerend langs mij heen en riep rare dingen. Er hing aan de fietser een hele nare geur. Terwijl ik doorliep, fietste hij plots tegen een paal. Hij begon daarna vreselijk te schelden en te schreeuwen.

Op het moment dat ik na mijn aan mijn vriendin weer naar huis wilde lopen, besloot ik maar de andere kant van de straat te nemen. Dit was achteraf gezien niet echt een veiliger route. Op de hoek van de Marktweg, kruising Fruitweg, bevindt zich een Poolse winkel, die alcoholische dranken verkoopt. In het voorbij gaan zie ik een aantal mannen buiten staan met allemaal drankflessen in hun hand. Ze staan, nou ja wat je staan noemt, te waggelen terwijl ze zich lam aan het zuipen waren.

Loop ik weer verder langs de Hoefkade, staat er een groepje mannen voor een koffiehuis te hangen. Op het moment dat ik er langs passeer, beginnen ze raar te doen. Ze riepen naar me met ‘vreemde’ verzoeken.

Op één avond zoveel narigheid op straat te zien en mee te maken geeft mij geen veilig gevoel meer bij het lopen door Transvaal. Het bleef ook niet bij deze avond. Er volgden meerdere avonden, maar ook middagen met soortgelijke ‘incidenten’.

Zo reed ik op een middag met mijn auto door de Boerenstraat. Het stond muurvast door dubbel geparkeerde auto’s. Er stonden allemaal mannen voor het koffiehuis annex bar, die mij maar bleven aanstaren zonder dat ze opzij gingen. Ik vroeg ze of ze ruimte wilden maken, zodat ik langs kon rijden. Maar nee hoor, de heren bleven maar staren. Meestal moet ik ook nog wachten op de bezoekers van de coffeeshop. Die staan vaak ook dubbel geparkeerd. Ze moeten allemaal maar even snel langs de coffeeshop! Na 10 minuten kon ik de straat weer verlaten. Ik reed zo snel als mogelijk weg en rij tegenwoordig bijna nooit meer door de Boerenstraat. Altijd een drukte, altijd die mannen die op straat hangen. Vaak wordt er gedronken in het openbaar op straat en in de portieken.

Dan vraag ik mij af waar gaat dit heen? Hoe veilig is het hier nog wel niet in Transvaal? Zijn er geen regels meer tegen openbare dronkenschap? Zijn er geen regels voor het vestigen van bars en andere overlast gevende horeca? Wat er nog wel wat aan handhaving gedaan? Hebben we nog een lokale overheid die regels toepast?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *