De bepalingen rond wapens die in Nederland wel of niet zijn toegestaan en de wijze waarop verloven voor het bezit van legale wapens worden toegekend, zijn opgenomen in de Wet Wapens en Munitie. In deze wet wordt er ten aanzien van de verschillende wapens een onderscheid gemaakt in een aantal categorieën. Categorie III betreft de wapens waarvan ongecontroleerd bezit ongewenst is maar waarvoor wel een vergunning kan worden verkregen, zoals wapens voor jagers, sportschutters en verzamelaars. De bevoegdheid voor het geven van een verlof tot het voorhanden hebben van een wapen en munitie uit categorie III is (op grond van artikel 28 van de Wwm) belegd bij de korpschef.
De aanvraag wordt ingediend bij de korpschef die is aangesteld in de woon- of de verblijfplaats van de aanvrager, en door de korpschef verleend indien:
Alvorens een persoon een verlof kan krijgen moet, onverminderd de hierboven vermelde vereisten, worden voldaan aan de voorwaarden omschreven in 2.4 van de Circulaire wapens en munitie 2005/Bijzonder Deel (B).
Een aantal in het oog springende voorwaarden in dit kader:
De behandeling van de hierboven vermelde aanvragen, alsmede alle daaruit voortvloeiende werkzaamheden, zijn binnen Haaglanden door de korpschef gemandateerd aan de bureauchef van het Bureau Bestuurlijke Politiezorg en Milieu (BPM).
Wettelijk is bepaald dat een introducé maximaal drie maal bij een schietvereniging mag komen schieten binnen een periode van 12 maanden. Gebruikelijk is bij schietverenigingen dat nieuwe aspirant-leden eerst één of twee keer als introducé van een lid van de vereniging komen schieten. Daarna wordt de betrokken persoon gevraagd lid te worden van de schietvereniging en moet hij lid worden van de KNSA. In zijn algemeenheid geldt dat, alvorens men lid kan worden van de KNSA, men eerst een “verklaring omtrent gedrag” moet overleggen. Gedurende het eerste jaar van het lidmaatschap van de schietvereniging wordt bekeken hoe het lid zich op en buiten de schietbaan gedraagt, hoe hij omgaat met wapens en dergelijke. Het nieuwe lid maakt in het eerste jaar nog gebruik van verenigingswapens. Na dit jaar kan iemand zelf een verlof aanvragen voor één of meer wapens (het eerste jaar van het verlof slechts één), maar daartoe zal de vereniging wel een verklaring moeten afgeven.
Een verlof voor één of meer wapens wordt telkens voor één jaar gegeven. Bij het aanvragen van een verlof voor het voorhanden hebben van één of meer wapens, maar ook bij de jaarlijkse verlenging en bij bijschrijvingen, verhuizingen e.d., worden verlofhouders door het bureau BPM gescreend. Er kunnen conform de Wet Wapens en Munitie diverse redenen zijn om (verlenging van) een verlof te weigeren:
In de praktijk worden bij de screening diverse politiesystemen op mutaties rond de aanvrager bevraagd. Ten tijde van de (hernieuwde) aanvraag wordt bezien of sprake is van eventuele veroordelingen en/of andere rechterlijke uitspraken of nadere omtrent de aanvrager bekende feiten. Dit geldt ook voor de bekende feiten over de psychische gesteldheid van een aanvrager, voor zover bekend bij de politie. Afhankelijk van de ernst van eventuele feiten kan de periode die in de beoordeling wordt betrokken vier of acht jaar bedragen. De aanvrager kan tegen de beslissing van de korpschef in beroep gaan bij de Minister van Veiligheid en Justitie.
Sinds kort worden in Haaglanden de politiesystemen dagelijks geautomatiseerd geraadpleegd, om te bezien of verlofhouders/aanvragers (op grond van mutaties) in enige regio (dus ook elders in het land) voorkomen, zodat ook direct actie kan worden ondernomen indien dat noodzakelijk is. Zo kan bijvoorbeeld worden geacteerd op signalen van politiefunctionarissen wanneer huiselijk geweld wordt geconstateerd, bij gezinsproblemen en/of bij drank- en/of drugsmisbruik. Informatie m.b.t. tot psychische problemen kan alleen gebruikt worden bij de beoordeling, voor zover van een incident een mutatie in de politiesystemen is opgemaakt. De politie heeft geen inzage in andere medische informatie.
Op 1 januari 2011 waren binnen Den Haag 764 verlofhouders voor een wapen geregistreerd en hadden daarnaast 181 personen een jachtakte.
De politie heeft in de afgelopen jaren in voorkomende gevallen een waarschuwing gegeven aan een schietvereniging, indien bijvoorbeeld bij een controle werd geconstateerd dat niet werd voldaan aan de voorwaarden en voorschriften. Dergelijke waarschuwingen worden dan gegeven aan de verantwoordelijke wapenbeheerders en/of bestuurders van de vereniging. Tot op heden is het niet nodig geweest na een waarschuwing verdere maatregelen te nemen, omdat in het rechtzetten van de geconstateerde gebreken werd voorzien.
Tussen 2006 en heden is het naar aanleiding van de jaarlijkse screening of op grond van andere signalen diverse malen voorgekomen, dat verloven en jachtaktes zijn ingetrokken dan wel geweigerd. De registratiesystemen van de politie geven geen uitputtend overzicht, maar het is bekend dat in de gehele regio Haaglanden in tenminste 19 gevallen het verlof of de jachtakte is ingetrokken. In tenminste 17 gevallen is de verlening of verlenging van het verlof of de jachtakte geweigerd. De intrekking- en weigeringgronden zijn divers. Er kan sprake zijn van strafbare feiten en/of het zich niet houden aan voorwaarden en/of voorschriften. Maar er kunnen ook andere omstandigheden zijn geweest op basis waarvan gesteld kan worden dat er vrees is voor misbruik en/of het niet (langer) kunnen toevertrouwen van wapens en munitie.
Er is in de afgelopen jaren in Haaglanden geen geval bekend van een strafbaar feit dat is gepleegd met behulp van een geregistreerd wapen. Dat zou overigens dan vanzelfsprekend geleid hebben tot het intrekken van die wapenvergunning.
Een verlofhouder mag in principe maximaal vijf vuurwapens op zijn verlof hebben geschreven, een jachtaktehouder maximaal zes. Dat maximum voor verlofhouders geldt niet als zij hebben kunnen aantonen dat meer wapens voor hen onontbeerlijk zijn voor het uitoefenen van de schietsport. Daarvoor is een schriftelijke verklaring benodigd van het bestuur van de KNSA.
Uitzonderingen op de voorwaarden en beperkingen ten aanzien van de maximum aantallen wapens zijn er (ook) voor bestuursleden van schietverenigingen die een verenigingsverlof hebben en verzamelaars. Indien in het geval van een verzamelaar (of bij re-enactment: het naspelen of uitbeelden van historische gebeurtenissen) sprake is van wapens van de Categorie II, is er altijd een ontheffing van de Minister van Veiligheid en Justitie vereist.
Voor automatische wapens wordt nimmer een verlof afgegeven door de politie, met uitzondering van verzamelaars die daartoe expliciet toestemming hebben gekregen van de Dienst Justis (Justitiële uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit en Screening). Overigens is het wel mogelijk om een verlof te krijgen voor een wapen dat oorspronkelijk volautomatisch was, maar dat deels onklaar is gemaakt (waardoor het alleen semi-automatisch werkt). Maar in dat geval geldt dat alleen het verlof wordt afgegeven als sprake is van een door de KNSA erkende schietdiscipline.
Gelet op de termijnen die gelden bij een (hernieuwde) aanvraag voor het mogen terugkijken op rechterlijke uitspraken of anderszins is dit tijdelijk. Zie verder het gestelde in het antwoord op vraag 3.
De bepalingen (in de Wet Wapens en Munitie en de Circulaire) zoals genoemd in de antwoorden op de vragen 2 en 3 zijn leidend voor de politie als het gaat om het weigeren of intrekken van vergunningen. Zie ook het antwoord op vraag 6.
Binnen de regio Haaglanden zijn van 2006 tot en met 2010 3.990 illegale wapens in beslag genomen, waarvan tenminste 628 vuurwapens uit Categorie III. Er wordt echter niet in alle gevallen tot vervolging overgegaan, omdat het bijvoorbeeld kan gaan om situaties waarbij mensen de betreffende wapens hebben aangetroffen in de inboedel van overleden personen.