Gedoeld wordt op de uitspraken van 12 augustus, LJN-nummers BN3934 en BN 3935. Het college is bekend met deze uitspraken.
Het college zou, met respect voor de rechterlijke macht, het betreuren als Turkse Hagenaars niet meer inburgeringsplichtig zouden zijn. Inmiddels is door het Ministerie van Wonen, Wijken en Integratie, Hoger Beroep aangetekend en wachten wij de uitspraak af.
Voor haar beleid zou dit een aanpassing van de Verordening Wet inburgering betekenen omdat voor deze groep de handhaving onder de Wet inburgering zou komen te vervallen.
Het college is in afwachting van het Hoger Beroep. Tot die tijd worden Turkse Hagenaars conform de geldende regels behandeld.
In deze fase kan nog niet worden gesproken over voormalig inburgeringsplichtigen. Tot de uitspraak in het Hoger Beroep, blijven Turkse Hagenaars gehandhaafd voor de Wet inburgering. In 87 gevallen zijn geldboetes opgelegd aan inburgeringsplichtige Turkse Hagenaars. Afhankelijk van de aard en inhoud van de uitspraak in het Hoger Beroep, zal het college restitutie van betaalde geldboetes bezien.