De fractie Islam Democraten krijgt regelmatig signalen binnen dat het toezicht op straat- en opbreekwerkzaamheden tekortschiet in Den Haag. Toezicht en controle op deze werkzaamheden wordt onvoldoende uitgevoerd. Zo ondervinden veel burgers, maar ook ondernemers hinder bij langdurig opengebroken straten en andere straatwerkzaamheden.
Nee. Ter voorkoming van gevaarlijke situaties geldt voor deze werkzaamheden een instemmingsplicht met voorschriften en Nadere Regels (RIS 170844). Wanneer de uitvoerder zich hieraan houdt, zouden geen gevaarlijke situaties mogen ontstaan.
Ad 2 t/m 4: Wij verstaan deze vragen aldus dat een toelichting wordt gevraagd op de regelgeving die van toepassing is en door wie, hoe en door hoeveel toezichthouders hierop toezicht wordt uitgeoefend.
Op de uitvoering van opbreekwerkzaamheden is de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag van toepassing. In de artikelen 2:10 A en 2:11 is de verplichting omschreven om een instemmingsbesluit aan te vragen voor het opbreken van straten en het leggen van kabels en leidingen. In het verlengde hiervan hebben wij Nadere Regels (RIS 170844) vastgesteld voor het aanleggen, opbreken en veranderen van een weg. In deze Nadere Regels wordt ook verwezen naar de Standaard bepalingen van de Stichting Rationalisatie en Automatisering in de Grond-, Water- en wegenbouw (Standaard RAW) en de richtlijnen van het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte CROW.
In eerste instantie is de opdrachtgever c.q. de houder van het instemmingsbesluit zelf verantwoordelijk voor het nakomen van de uitvoeringsregels die van toepassing zijn.
In ieder stadsdeel is een wegbeheerder actief die vooroverleg voert met de indieners van onderhoudsof vernieuwingsplannen, waarbij zij in samenspraak met vertegenwoordigers van hulpdiensten, openbaar vervoerbedrijven en verkeersdeskundigen vaststellen onder welke voorwaarden de uitvoering van het werk mogelijk is. Dit kan leiden tot voorwaarden in het instemmingsbesluit. De wegbeheerder is verantwoordelijk voor het toezien op een veilige wegsituatie, ook bij wegopbrekingen.
Als de gemeente of HTM opdrachtgever van een werk is, dan houden in de meeste gevallen bovendien 24 medewerkers “directievoering en toezicht” van het Ingenieursbureau Den Haag dagelijks toezicht op hun project. Hierbij gaat het doorgaans om grotere langdurige projecten zoals herinrichtingen, spoorwerkzaamheden en rioolvervanging.
Als een externe partij opdrachtgever is, dan houden de wegbeheerders op de stadsdelen toezicht op de wegopbreking. Hierbij gaat het doorgaans om kleinere korter durende opbrekingen zoals het vervangen van kabels en leidingen.
Het toezicht op bouw- en sloopwerkzaamheden wordt uitgevoerd door DSO, door 34 Stadsdeel Inspecteurs. In eerste instantie is de vergunninghouder er zelf verantwoordelijk voor dat de bouw- en sloopvergunningen veilig en conform de verleende vergunning wordt uitgevoerd. De gemeente beziet of de verantwoordelijkheid (voldoende) wordt genomen en zet de capaciteit daar in waar dat op basis van een systematische inschatting van bepaalde risico’s het hardst nodig is. Zo wordt bijvoorbeeld bij de bouw van een gebouw waar veel mensen gaan verblijven (ziekenhuizen, scholen, theaters) veel intensiever gecontroleerd dan bij een uitbouw of een dakkapel van een woning.
Over de manier waarop het toezicht wordt uitgeoefend, verwijzen wij naar het antwoord op de vorige vragen. Gemeentelijke medewerkers directievoering en toezicht oefenen voor hun project minimaal 2 uren per dag toezicht uit, voor complexere werken kan dit oplopen tot volledige werkdagen. ‘
Wegbeheerders schouwen een project wekelijks tot dagelijks. Het maatschappelijk belang en de ingeschatte risico’s van een bepaald bouwwerk op een bepaalde locatie bepalen de intensiteit van de gemeentelijke inzet.
Een dergelijke verplichting bestaat bij een daartoe nopende wijziging van de verkeerssituatie. Het komt helaas wel eens voor dat niet aan deze verplichtingen is voldaan. Als dat gesignaleerd wordt, zal de wegbeheerder of de medewerker directievoering en toezicht de aannemer aanspreken.
Bij de registratie van ongevallen of claims wordt geen onderscheid gemaakt naar de hier bedoelde categorieën kind, oudere, of minder valide. De gemeente kreeg sporadisch meldingen of claims naar aanleiding van incidenten met schade of letsel bij wegopbrekingen. Er is bij het gemeentelijk bureau Risicomanagement een situatie bekend waarbij er sprake was van een niet volledige tijdelijke bebording, waardoor een fietser tegen een afzetting reed.
Als sprake is van een incident zal de aanpak tweeledig zijn: de gemeente zal zich inspannen het gemelde probleem op straat op te lossen. Als iemand schade heeft geleden als gevolg van een onjuiste situatie op de weg kan men de gemeente civielrechtelijk aanspreken. De gemeente zal dan bezien of het ongeval daadwerkelijk het gevolg is van een onvolledige of ondeugdelijke afzetting. Indien dit het geval is, zal de gemeente bevorderen dat de gedupeerde schadeloos wordt gesteld.
Er zijn geen specifieke regels ter bescherming van deze categorieën. Wel zijn er algemene regels. Wat betreft deze algemene regels willen wij volstaan met een verwijzing naar de al eerder bedoelde Nadere Regels (RIS 170884) en in samenhang hiermee de bepalingen uit de RAW en publicaties CROW art. 96 b. De bepalingen hebben onder meer betrekking op de afzetting van bouwterreinen, verlichting, de veiligheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten, schoonhouden, voorkomen van hinder en overlast, tijdelijke verkeersmaatregelen, omleidingen, bouwstoffen, bescherming van groenvoorzieningen, het voorkomen van schade en de inrichting van het werkterrein. Daarnaast wordt in bewonersbrieven een telefoonnummer gemeld voor het melden van onveilige situaties.
De aanvragen voor instemmingsbesluiten worden onder meer beoordeeld op de bereikbaarheid voor bewoners, bedrijven en verkeersdeelnemers (voetgangers, fietsers, autoverkeer, openbaar vervoer en hulpdiensten), het voorkomen van verschillende vormen van overlast, het waarborgen van de (verkeers)veiligheid en de afstemming op andere projecten.
De toezichthouders zijn inderdaad op de hoogte van de voorschriften aan de hand waarvan zij toezicht uitoefenen, zoals beschreven in het antwoord op vraag 2 t/m 4.
Wij vinden de situatie zoals weergegeven op de foto’s niet voldoende veilig. De wegbeheerder heeft de aannemer aangesproken om verbeteringen te treffen, zoals het dichten van een gat in een parkeerhaven, het verwijderen van pallets en het opruimen van losliggende stenen.
Wij willen niet zover gaan dat van een levensgevaarlijke situatie sprake is, wel van een onwenselijke situatie.
Wij zullen bovenstaande vragen en antwoorden aan de orde stellen in het stedelijk vakoverleg van wegbeheerders en in het reguliere overleg van de medewerkers directievoering en toezicht met als doel tot verdere verbeteringen te komen.