In het Algemeen Dagblad/ Haagsche Courant van 22 september 2010 staat een bericht over de kwaliteit van het onderwijs op basisscholen. Veel ouders zouden ervoor kiezen om privélessen te nemen voor hun basisschoolkinderen. Niet omdat hun kind zoveel slechter scoort, maar juist om het algemene niveau van hun kind op te voeren. De stichting Beter Onderwijs Nederland stelt in het bovengenoemde artikel dat het basisonderwijs zo slecht is dat enkele ouders gedwongen zijn om privélessen voor hun kinderen te nemen.:
Ja.
Dit soort signalen hebben ons niet bereikt.
Het Pabo-diploma is een benoemingsvereiste voor leerkrachten in het primair onderwijs. Studenten toegelaten op de Pabo hebben minimaal een vooropleiding op Havo-niveau. Afgestudeerde studenten hebben een door de Nederlandse overheid erkend HBO-diploma. De Pabo’s voeren een streng toelatings- en bevorderingsbeleid. Alle studenten worden tijdens het eerste leerjaar getoetst met speciaal door toetsinstituut Cito ontwikkelde toetsen. Studenten die zakken voor deze toetsen krijgen een negatief (bindend) studie advies. Zij mogen hun Pabo-opleiding niet voortzetten.
In Den Haag zijn op peildatum 1 oktober 2010 geen zeer zwakke scholen, wel zijn er volgens de Inspectie van het Onderwijs 24 zwakke scholen in het basisonderwijs en 22 zwakke opleidingen in het voortgezet onderwijs.
In de HEA zijn afspraken gemaakt met de schoolbesturen over het tegengaan van (zeer) zwakke scholen. De gemeente en de schoolbesturen hebben afgesproken dat er alles aan gedaan wordt, om ervoor te zorgen dat alle scholen in Den Haag van een goed onderwijsniveau zijn. De volgende afspraken voor de periode 2010-2014 zijn met de schoolbesturen gemaakt:
De Inspectie van het Onderwijs bewaakt de kwaliteit van het onderwijs op individuele scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. De gemeente heeft hierin geen taak of bevoegdheid. Scholen moeten zich verantwoorden over hun onderwijs, niet alleen over de cognitieve prestaties van de leerlingen, maar ook hoe de school werkt aan burgerschap en sociale veiligheid.
De Inspectie controleert of scholen zich houden aan wet- en regelgeving en of een school de bedrijfsvoering op orde heeft, bijvoorbeeld of scholen het geld krijgen waar ze recht op hebben en dit uitgeven volgens de regels. Het toezicht van de Inspectie is risicogericht. Dat wil zeggen: scholen met risico’s, zoals minder goede leerresultaten, krijgen meer toezicht. Een belangrijk uitgangspunt is voorkomen dat het onderwijs op een school verslechtert. Daarom controleert de Inspectie ieder jaar van elke school of er sprake is van risico’s.
Nee, ons zijn geen gegevens bekend. Volgens de wet zijn ouders verantwoordelijk dat hun kinderen onderwijs volgen. Het staat iedere ouder vrij om privélessen te nemen voor hun kinderen. Onderzoek doen naar de omvang van privélessen ligt niet op de weg van de gemeente.
De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Met de schoolbesturen zijn door de gemeente Den Haag afspraken gemaakt over de ondersteuning van de zeer zwakke scholen. Voor zeer zwakke scholen maken de schoolbesturen een plan van aanpak. Dit plan van aanpak wordt besproken met de gemeente Den Haag en de Inspectie van het Onderwijs. Vervolgens worden afspraken gemaakt over een eventuele facilitering van de gemeente Den Haag aan betrokken school en schoolbestuur. In het periodieke overleg tussen de gemeente Den Haag en de Inspectie over de kwaliteit van het onderwijs in Den Haag zal de komende periode specifiek het relatief grote aantal Haagse zwakke scholen besproken worden. Nader onderzocht zal worden welke rol de gemeente kan hebben in het verbeteren van de onderwijskwaliteit op deze scholen. Ouders en leerlingen moeten erop kunnen vertrouwen dat het onderwijs in Den Haag van voldoende kwaliteit is.
De wethouder Onderwijs heeft in een recente brief aan de schoolbesturen aangegeven dit onderwerp regelmatig met de besturen te willen bespreken. De wethouder wil samen met de besturen bezien hoe de gemeente kan helpen deze scholen te ondersteunen en te voorkomen dat zij afglijden naar “zeer zwakke school”.