De vragen zijn gesteld naar aanleiding van een artikel in het AD/ Haagse Courant van 19 augustus 2010 waarin stond dat steeds meer Oost-Europeanen die hier werken, in maatschappelijke zin dreigen af te glijden. Vanwege gebrek aan werk en woonruimte worden ze de straat opgedreven. De buitenlandse daklozen hebben wel recht op dagopvang maar geen recht op nachtopvang. Dit kan leiden tot overlast door deze groep en frustratie en angst van wijkbewoners doordat deze groep regelmatig overnacht in portieken.
1. Is het college bekend met bovenstaand probleem dat steeds vaker schijnt voor te komen?
Ja.
2. Heeft het college kunnen voorzien dat steeds meer Oost- Europeanen dakloos raken en maatregelen getroffen om deze groep op te vangen?
Nee. Het plan van aanpak “Huisvesting en inburgering van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost- Europa” (2010) van het Ministerie van WWI legt de verantwoordelijkheid voor huisvesting bij de Midden- en Oost-Europeanen zelf met een faciliterende rol voor werkgevers. Op basis van gegevens van de Rijksoverheid was voorzien in een toestroom van 100.000 arbeidsmigranten. De praktijk wijst uit dat dit er inmiddels naar schatting 165.000 zijn (landelijke cijfers). De Rijksoverheid stelt geen financiële middelen ter beschikking aan de gemeenten voor opvang van deze groep, omdat dit geen verantwoordelijkheid van de gemeenten is en de Rijksoverheid ervan uitgaat, dat werkgevers werkeloze Midden- en Oost-Europeanen de kans bieden om terug te keren.
In de praktijk maken mensen afkomstig uit Midden- en Oost-Europa (MOE-landers) gebruik van zowel de dagopvang aan de Sint-Barbaraweg als de nachtopvang van de Kesslerstichting. In deze nachtopvang verblijft een groep van gemiddeld 20-30 MOE-landers (winteropvang 2009-2010). Toegang hangt uiteindelijk af van zorgvraag en formele rechten.
Zie antwoord op vraag 3.
MOE-landers maken wèl gebruik van de nachtopvang. Op dit moment wordt onderzocht welke zorgvraag ten grondslag ligt aan mogelijke dakloosheid onder MOE-landers, wat daarvoor de oplossing is en hoe dit gefinancierd zou moeten worden. Op basis daarvan komt het college met een voorstel.
Zie antwoord op vraag 3.
Uw raad ontvangt in november de evaluatie van de alcoholverboden in Den Haag. Daarin wordt per stadsdeel inzicht gegeven in het aantal door de politie geregistreerde overlastincidenten in combinatie met dronkenschap. Echter niet alle overlast verbonden aan openbare dronkenschap wordt gemeld bij de politie en/ of gemeente. Verder wordt bij gemelde incidenten, omdat dit veelal niet bekend is bij de melder, niet geregistreerd op nationaliteit van de betrokkene(n) en of de overlastgevers eventueel daken thuisloos zijn.
Dakloosheid onder MOE-landers en illegalen kan leiden tot een overmatige belasting van gemeentelijk gefinancierde MO/OGGZ voorzieningen.
Dat is een van de knelpunten bij het verwezenlijken van de ambities uit het komende plan van aanpak Maatschappelijke Opvang en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (MO/OGGZ) “Den Haag Onder Dak fase II”. Den Haag en de andere G4 gemeenten zijn met het Rijk in gesprek over het maken van aparte afspraken over deze problematiek.
Op basis van het bovengenoemde onderzoek komt het college met een voorstel. Overigens is er wat betreft MOE-landers niet altijd echt sprake van dakloosheid, maar wordt de maatschappelijke opvang soms gebruikt om te kunnen voorzien in tijdelijke huisvesting.
Ja. Sommige ambassades van Oost-Europese landen hebben gezamenlijk met de Stichting Den Haag & Midden-Europa en het Leger des Heils (opvang locatie Sint-Barbaraweg) een fonds opgericht voor MOE-landers, die terug willen naar het land van herkomst maar dit niet op eigen kracht kunnen. Deze MOE-landers kunnen gebruik maken van één of een paar overnachting en een treinkaartje naar het herkomstland.